Blogs

TiP Report 2012: Mensenhandel gaat over mensen

Geplaatst op 04-07-2013 door Redactie CKM (0 reacties)

Nieuws/ Redactie CKM: “The crime is not abstract; it is about people. Every single occurrence of modern slavery is happening to a person—someone’s sister, mother, brother, father, daughter, or son. Protection does not mean only rescue and isolation” [1] Modern slavery is about people; and the way the world chooses to fight it must also be about people—restoring their hopes, their dreams, and most importantly, their freedom. Zo begint en eindigt het op 19 juni 2013 verschenen Trafficking in Persons Report 2012,[2] ( TiP rapport). Mensenhandel, dat gaat over mensen.

Meer dan ooit staat het slachtoffer en een slachtoffergeoriënteerde benadering centraal. In de inleiding beschrijft het rapport verschillende aandachtsgebieden in relatie tot het slachtoffer in de strijd tegen mensenhandel. Slachtofferidentificatie en de ontwikkeling van slachtoffervriendelijk beleid en regelgeving is daar een van. Waneer een slachtoffer niet als zodanig wordt geïdentificeerd wordt kan hem of haar geen juiste bescherming worden verleend. Een ander aandachtspunt is het herkennen en erkennen van trauma ontstaan als gevolg van mensenhandel.

Hoewel geen enkele mensenhandelervaring gelijk is, gebruiken veel mensenhandelaren dezelfde methodes om hun slachtoffers onder controle te houden. Begrip en kennis van de trauma die hierdoor ontstaan, kunnen gebruikt worden om te detecteren of sprake is van slachtofferschap. Het rapport geeft een algemene opsomming van zowel de psychische als de fysieke gevolgen. Onder andere geheugenverlies, uitbarstingen, gevoelens van zelfbeschuldiging, emotionele reacties die niet ‘horen’ bij de aard van de gebeurtenissen, flashbacks en nachtmerrie, etc. etc. Het rapport zegt dat hoewel deze tekenen alleen en op zich zelf niet, maar gezamenlijk met andere indicatoren wel kunnen wijzen op slachtofferschap.

Het rapport stelt verder dat het van het grootste belang is dat slachtoffer een redelijke tijd wordt geboden te ‘herstellen’ van trauma. Er kan nu eenmaal niet verwacht worden dat zij zichzelf altijd als slachtoffer herkennen en/ of zelfstandig besluiten om mee te werken met de autoriteiten in slechts een paar dagen.[3]Weliswaar vinden sommigen zelf de moed en de kracht om te ontsnappen aan hun situatie, dat betekent nog niet dat zij weten tot wie zij zich moeten wenden laat staan dat zij altijd beseffen dat hetgeen zij ondergaan hebben een strafrechtelijk vergrijp is. Proactieve slachtofferidentificatie is essentieel in het proces van slachtofferbescherming. Zonder identificatie, geen bescherming.[4]Bescherming en ondersteuningsmechanismen zijn irrelevant als slachtoffers niet geïdentificeerd worden.

Het rapport maakt ook duidelijk dat als zowel regeringen als de internationale gemeenschap werkelijk serieus wat willen doen aan de strijd tegen mensenhandel, het van essentieel belang dat hulp – en opvangorganisaties beschikken over voldoende middelen.[5]

Samenvatting rapportage Nederland

Nederland blijf kritisch op jezelf

Nederland heeft opnieuw een TIER 1 beoordeling gekregen. Dat wil zeggen dat de Nederlandse overheid voldoet aan de minimumeisen in de strijd tegen mensenhandel.

Nederland is zowel herkomst-, bestemmings- als doorreisland voor mannen, vrouwen, kinderen die onderworpen zijn aan mensenhandel, seksuele en overige uitbuiting. Een aanzienlijk aantal minderjarigen werd in Nederland slachtoffer van seksuele uitbuiting. Groepen die met name kwetsbaar zijn voor mensenhandel zijn onder andere minderjarige asielzoekers zonder begeleiding, vrouwen met een afhankelijke verblijfsstatus verkregen door gefraudeerde of gedwongen huwelijken, vrouwen die gerekruteerd zijn in Afrika of Oost-Europa en Oost-Aziatische vrouwen die in massagesalons werken. Lokale werving van binnenlandse mensen op het internet blijft toenemen.

Volgens het TiP rapport voldoet de Nederlandse overheid volledig aan de minimumstandaarden in de strijd tegen mensenhandel. De overheid hanteert een multidisciplinaire aanpak voor de aanpak van mensenhandel. Belangrijk in de strijd is  is ook het bestaan van de onafhankelijke Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel geweld tegen Kinderen. De overheid gebruikt innovatieve en methodes om proactief buiten- en binnenlandse mensenhandelslachtoffers te detecteren en identificeren.

In 2012 ging de overheid krachtig door met het doen van onderzoek naar seksuele en overige uitbuiting en het vervolgen van daders. Politie en Justitie onderzochten en vervolgden het hoogste aantal mensenhandelzaken tot op heden. Hoewel de gemiddelde straffen voor veroordeelde handelaren toe namen, bleven de opgelegde straffen mild voor deze groep daders. Er is een toename in de internationale samenwerking in de strijd tegen mensenhandel. Best practices en andere lessen uit de praktijk worden gedeeld met herkomstlanden, EU-partners en andere landen.

De aanbevelingen voor Nederland zijn:

  •        Zorg ervoor dat daders een straf krijgen die evenredig is aan de ernst van het misdrijf.
  •        Zorg voor de ontwikkeling van pragmatische slachtofferbenadering en slachtofferidentificatie   ontwikkelen binnen illegale en legale arbeidssectors, inclusief potentiële slachtoffers die ongewild in (vreemdelingen)detentiecentra zitten.[6][7]
  •        Zorg voor voldoende opvangcapaciteit voor het verlenen van alomvattende en gespecialiseerde diensten voor slachtoffers.
  •        Blijf  innovatieve methodes en aanpak hanteren om overige uitbuiting te detecteren en voorkomen.
  •        Zorg voor voldoende training in het proces van slachtofferidentificatie op de Nederlandse Antillen.
  •        Blijf best practices en andere geleerde lessendelen met andere landen, met name methodes om lokale sekshandel van binnenlandse slachtoffers te detecteren. Zorg voor de ontwikkeling van een multidisciplinaire aanpak en werkwijze bij slachtofferbescherming.
  •        Blijf zelfkritisch.

In 2012 werden 141 mensenhandelaren vervolgd en veroordeeld. Dit is een toename van 33 op de 108 in 2011. De gemiddelde straf voor veroordeelde daders was ongeveer 25 maanden in 2011. In 2010 was dit nog 21.[8]Nederland maakt geen onderscheid tussen seksuele en overige uitbuitingszaken in de cijfers van vervolging en berechting. Schattingen gaan uit van ongeveer een 25% van overige uitbuitingszaken. Rechters zouden consequent zwaardere straffen uitdelen voor verkrachting dan voor mensenhandel in de zin van seksuele uitbuiting. Regionale politie rapporteert dat de lage straffen resulteren in de terugkeer van diezelfde daders en dus de instandhouding van exploitatie van mensenhandelslachtoffers binnen de gereguleerde commerciële sekssector.

Nederland verbiedt alle vormen van mensenhandel door middel van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. De straffen variëren van acht tot achttien jaar gevangenisstraf.[9]Deze straffen zijn voldoende streng en evenredig aan voorgeschreven straffen voor andere ernstige misdrijven, zoals verkrachting, aldus het TiP-rapport.

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel meldde dat de verschillen in interpretatie van rechters van artikel 273f resulteren in sterk uiteenlopende vonnissen en veroordelingen voor mensenhandelaars. Daarom stelde de Raad voor de Rechtspraak in januari 2013 elf rechters (rechtbanken) en vier raadsheren (gerechtshoven) aan om zich in complexe menshandelszaken te specialiseren. Zij worden ondersteund door gespecialiseerd personeel.[10]Nederland is daarmee het eerste land ter wereld met gespecialiseerde mensenhandelrechters.

In 2012 concentreerde de overheid haar rechtshandhavingsinspanningen op sectoren die kwetsbaar zijn voor overige uitbuiting. In dat jaar waren er geen officiële gerapporteerde zaken van mensenhandelgerelateerde medeplichtigheid. De politie van Amsterdam gelooft echter dat het werk voor politie een te groot gevaar voor corruptie impliceert. Het werk vereist daarom het behalen van drie examens in een gespecialiseerde 256-uur training voor mensenhandelrechercheurs in Amsterdam gericht op het werken met mensenhandelslachtoffers en het toezicht op de seksindustrie. Potentiële agenten moeten ook een gedragscode ondertekenen voordat ze geschikt bevonden zijn om te werken in deze sector.

Opvang specifiek gericht op slachtoffers laat zien dat het leidt tot een hogere bereidheid tot medewerking in strafrechtelijke onderzoeken en het herstel van slachtoffers bevordert.

Er zijn geen meldingen van slachtoffers die zijn gestraft voor daden als direct gevolg van het feit dat ze verhandeld zijn.[11]Er is wel grote bezorgdheid over ongeïdentificeerde slachtoffers die ten onrechte worden gedetineerd omdat de signalen niet herkend worden. De overheid initieert trainingen voor personeel dat met asielzoekers werkt om onder hen slachtoffers van mensenhandel te kunnen herkennen.

Bonaire, St. Eustatius en Saba

In 2010 stelde de Nederlandse overheid het Wetboek van Strafrecht van de BES-eilanden bij. Sindsdien vallen de eilanden niet meer onder het Nederlandse koninkrijk maar worden zij als gemeenten van Nederland gezien. Het Wetboek van Strafrecht verbiedt zowel seksuele als overige uitbuiting onder wetsartikel 286f. Deze wet is vrijwel hetzelfde als in Nederland, alleen zijn de voorgeschreven straffen lager, variërend van zes tot vijftien jaar gevangenisstraf.

Vrouwen in zowel de legale als de illegale prostitutie op de BES-eilanden zijn zeer kwetsbaar voor mensenhandel, evenals kinderen zonder begeleiding.

Op 20 juni 2011 is een Memorandum of Understanding (MOU) ondertekend door de Ministers van Justitie van Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten voor meer samenwerking om slachtofferidentificatie en het vervolgen van daders te verbeteren.In deze MOU is de verplichting vastgelegd dat gerichte controles plaatsvinden op signalen van mensenhandel en mensensmokkel.

Onderdeel van de MOU omvat de totstandkoming van een “twinning”-systeem voor officieren om elkaar technische steun te bieden en om onderzoek, vervolgingen, onderdak en informatiecampagnes te ontwikkelen. Download het complete TiP rapport hier


[1]TiP rapport , Introductie p 10. http://www.state.gov/documents/organization/192587.pdf

[2]Ibid voetnoot 1 pagina 13.

[3]Ibid voetnoot 1, p 17.

[4]Ibid voetnoot, p. 21.

[5]P. 31.

[6]Dettmeijer, Nationaal Rapporteur Mensenhandel benoemt hierbij ook de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), de instantie die de terugkeer van illegale vreemdelingen kan opschorten wanneer zij signalen van mensenhandel ziet, bijvoorbeeld tijdens de vreemdelingenbewaring. Dettmeijer zal in haar volgende rapportage  verder aandacht besteden aan de signalering van mensenhandel. http://www.nationaalrapporteur.nl/actueel/nieuws/2013/20130624-tip-rapport-identificeren-slachtoffers-mensenhandel-eerste-stap-in-bescherming.aspx?cp=63&cs=16790

[7]Een andere aanbeveling van Dettmeijer is dat de identificatie van slachtoffers en de hulpverlening moet gewaarborgd worden in  ketenaanpak. De identificatie van een slachtoffer is de eerste stap in zijn of haar bescherming, pas daarna kan hulp worden verleend. Met de inrichting van een National Referral Mechanism (NRM) in Nederland moet duidelijk worden hoe ketenpartners moeten handelen wanneer zij te maken hebben met een (mogelijk) slachtoffer en hoe ze hen kunnen herkennen. Door middel van het NRM worden ook data verzameld over slachtoffers om het zicht op mensenhandel duidelijker in kaart te brengen.

 

[8]Er zijn al langer gegevens bekend van de gemiddelde opgelegde straf.

[9]Inmiddels varieert de maximum straf van 12 tot 30 jaar.  

[11]Kanttekening Santosh Roop Lal. Zie o.a.: http://www.nationaalrapporteur.nl/actueel/nieuws/2013/20130405-nieuw-artikel-het-mensenhandelslachtoffer-als-dader.aspx?cp=63&cs=59417“The crime is not abstract; it is about people. Every single occurrence of modern slavery is happening to a person—someone’s sister, mother, brother, father, daughter, or son. Protection does not mean only rescue and isolation” [1] Modern slavery is about people; and the way the world chooses to fight it must also be about people—restoring their hopes, their dreams, and most importantly, their freedom.

Reacties

Plaats een reactie