Ruimte voor verbetering in de verblijfsrechtelijke bescherming van slachtoffers

Ruimte voor verbetering in de verblijfsrechtelijke bescherming van slachtoffers

De verblijfsrechtelijke bescherming van slachtoffers van mensenhandel die in Nederland worden aangetroffen is al geruime tijd onderwerp van kritiek. De meeste kritiek richt zich erop dat de verblijfsregeling mensenhandel onvoldoende is ingericht op de bescherming van het slachtoffer. Het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) heeft aan de hand van 31 dossiers van voornamelijk West- Afrikaanse (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel onderzocht waar er ruimte is voor verbetering. Het onderzoeksrapport verschijnt vandaag.

Onderzoeker Sabine Leermakers: ‘Uit ons onderzoek blijkt dat er aanpassingen mogelijk en nodig zijn binnen de huidige verblijfsregeling mensenhandel om te komen tot effectievere bescherming van slachtoffers en het vergroten van de kans op de opsporing en vervolging van hun mensenhandelaren.’  Nederland kent sinds 1988 de verblijfsregeling mensenhandel, een regeling die specifiek is bedoeld voor slachtoffers van mensenhandel. Waar het zwaartepunt van de verblijfsregeling in eerste instantie lag bij de opsporing van mensenhandelaren, is het zwaartepunt over de jaren heen meer en meer richting de bescherming van het slachtoffer gegaan. Hoewel tegenwoordig aan de verblijfsregeling twee doelen ten grondslag liggen, enerzijds het bieden van verblijfsrechtelijke bescherming aan slachtoffers van mensenhandel die illegaal in Nederland verblijven, anderzijds het opsporingsbelang naar de mensenhandelaar, blijkt uit het verkennende onderzoek van CKM dat beide doelstellingen onvoldoende worden behaald.

Zo blijkt dat de aangiften van derdelanders zonder verblijfsrecht in bijna alle gevallen leiden tot een sepot met het gevolg dat mensenhandelaren niet in beeld komen. Daarnaast blijkt dat het merendeel van de slachtoffers op een zeker moment in de vreemdelingenrechtelijke procedure een asielaanvraag heeft ingediend. Dit heeft tot gevolg dat slachtoffers geen of pas in een later stadium aangifte doen en opsporingsinformatie verloren gaat of pas terechtkomt bij de politie wanneer opsporingsinformatie (te) verouderd is. ‘Ook zien we dat de meerderheid van de aanvragen voor voortgezet verblijf en daarmee langdurige bescherming wordt afgewezen omdat het paspoortvereiste wordt tegengeworpen en het slachtofferschap van mensenhandel niet aannemelijk wordt geacht,' vertelt Leermakers. ‘Het sepot speelt ook veelal een rol bij afwijzingen van voortgezet verblijf mensenhandel, terwijl de informatie die is vergaard in het kader van opsporing niet zozeer iets zegt over de geloofwaardigheid van het slachtofferschap.’

Twee regelingen
Tevens ontstaat uit het dossieronderzoek het beeld dat de asielprocedure in tegenstelling tot de verblijfsregeling mensenhandel de afgelopen jaren een ontwikkeling heeft doorgemaakt, waardoor een vergelijking van beide regelingen laat zien dat asiel op een aantal belangrijke punten lagere drempels en hogere waarborgen kent dan de verblijfsregeling mensenhandel. Een scheefgroei tussen beide regelingen kan dan ook mogelijk verklaren waarom meer slachtoffers voor de asielprocedure kiezen. Een procedure die niet specifiek voor hen is ingericht en waardoor opsporingen van de mensenhandelaren wordt bemoeilijkt. Leermakers: ‘Deze scheefgroei toont aan dat er ten aanzien van de verblijfsregeling mensenhandel voldoende ruimte is voor verbetering.'

Lees hier het onderzoekrapport 'Verblijfsrechtelijke bescherming van slachtoffers mensenhandel in Nederland'.
 

Volg ons op

Onderdeel van

Wij worden gesteund door

SteunOns