Stop seksuele uitbuiting van kinderen, nu

Gepubliceerd op 27 augustus 2020
Stop seksuele uitbuiting van kinderen, nu

Leg in de nieuwe ‘sekswet’ de link tussen mensenhandel en betaalde seks met kinderen. Dat bepleit Shamir Ceuleers van het CKM in het NRC (opinie) van 26 augustus 2020.

Klanten die seks kopen van minderjarigen worden in Nederland nauwelijks strafrechtelijk aangepakt. Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) heeft nu een gouden kans dit te herstellen. Een van zijn kroonjuwelen, de Wet seksuele misdrijven, die hij binnenkort naar de Tweede Kamer stuurt, biedt daartoe de mogelijkheid.

Het in het wetsvoorstel opgenomen voornemen om seks tegen de wil strafbaar te stellen, maakt de tongen los. In het post-#MeToo tijdperk is die aandacht zeer terecht, maar óók eenzijdig.

Met dit voorstel gaat immers de gehele zedenwetgeving op de schop en wordt getracht een moderniseringsslag te maken. Maar seksuele uitbuiting van minderjarigen is de minister daarbij echter vergeten. Het gaat hierbij om vaak volwassen mannen die bijvoorbeeld in hotels tegen betaling seks hebben met kinderen, die hiertoe veelal gedwongen zijn.

Dit wetsvoorstel biedt de minister bovendien een mogelijkheid om uitvoering te geven aan een unaniem aangenomen Kamermotie van zijn partijgenoot Anne Kuik waarin het kabinet wordt opgedragen om deze klanten aan te pakken.

Shamir Ceuleers van het CKM
Shamir Ceuleers van het CKM

De klant is cruciaal

Dat de minister die kans dient aan te grijpen is niet onbelangrijk. De klant speelt namelijk een cruciale rol bij de instandhouding van seksuele uitbuiting. Dat dit nauwelijks wordt aangepakt is des te schrijnend omdat deze klanten misbruik maken van de grootste groep slachtoffers van mensenhandel in Nederland.

Volgens de Nationaal Rapporteur is van deze groep slechts 2 tot 3 procent (!) in beeld. Deze schatting beperkt zich tot minderjarige meisjes, want het aantal jongens dat ‘verkocht’ wordt, is helemaal onduidelijk. Die beperkte strafrechtelijke aanpak is een politieke erfenis van ruim twintig jaar geleden, van toenmalig minister Winnie Sorgdrager (Justitie, D66). Zij was van oordeel dat het aan argumenten ontbrak voor een strafbaarstelling die de seksuele vrijheid van minderjarigen zou beperken ten behoeve van de strijd tegen mensenhandel. De tijden zijn gelukkig veranderd en het moment is aangebroken dat ook het Wetboek van Strafrecht dit voortschrijdend inzicht weerspiegelt.

Trendbreuk

De motie van Tweede Kamerlid Kuik verzocht de regering om voor eind 2019 met een pakket aan maatregelen te komen om deze klant aan te pakken. Die motie zorgde voor een trendbreuk met de kabinetsaanpak mensenhandel waarin alleen oog was voor de mensenhandelaar en het slachtoffer.

Deze vorm van mensenhandel kan immers alleen voortbestaan bij de gratie van de klant die bereid is te betalen voor seks met kinderen. De deadline van de motie werd niet gehaald, maar vlak voor het huidige zomerreces liet het kabinet weten dat er met de uitvoering van de motie veelbelovende stappen worden gemaakt en dat men bovendien juridische mogelijkheden wil verkennen om de strafbaarstelling van klanten die seks kopen van minderjarigen te wijzigen.

De samenhang met de Wet seksuele misdrijven, die de klant formeel wel in het vizier heeft, wordt echter ten onrechte (nog) niet gemaakt. Aangezien dit wetgevingsproces inmiddels is ingezet en er nog maar weinig tijd is voor de aankomende verkiezingen, is nu het moment aangebroken om te handelen.

Daarbij dient de minister in het oog te houden dat de strafbaarstelling van deze klant slechts expliciet strafbaar is onder het huidige artikel 248b Sr wanneer er betaalde seks plaatsvindt met een 16- of 17-jarige. Die beperking sluit op geen enkele wijze aan bij de realiteit waar slachtoffers steeds jonger lijken te worden. Deze klanten vormen dan ook geen specifiek doel van de opsporingsdiensten, maar zijn strafbaar onder meer algemene strafbepalingen die geen onderscheid maken tussen de zwemleraar die misbruik maakt van een pupil en de klant die betaalde seks heeft met bijvoorbeeld een 14-jarig meisje.

Balans

Ook is de huidige strafbaarstelling niet in lijn met het voornemen van het kabinet om de leeftijd bij prostitutie te verhogen naar 21 jaar om daarmee de kwetsbaarheid van deze groep te verkleinen. Het zedenvoorstel van de minister zegt hier niets over. De strafbaarstelling dient dan ook naar boven uitgebreid te worden zodat dit wetsvoorstel ook in balans is met dat andere belangrijke wetsvoorstel van dit kabinet. Nu zijn het twee aparte voorstellen zonder samenhang en dat komt de aanpak mensenhandel niet ten goede.

Tot slot, het is belangrijk dat de minister in de toelichting bij zijn wetsvoorstel duidelijk maakt dat de klant een van de hoofdoorzaken van mensenhandel vormt, hetgeen ook voortvloeit uit het mensenhandelsverdrag van de Raad van Europa. Dat is beslist geen overdrijving aangezien de Hoge Raad sinds de Valkenburgse zedenzaak de rol van de klant bijna lijkt te beschouwen als een onschuldige toeschouwer die per ongeluk betaalde seks heeft met een kind. Alsof hem dit ‘overkomt’. Om die reden komt de klant meestal weg met een nachtje cel in combinatie met een taakstraf.

Het verhogen van de maximale strafmaat, zoals Grapperhaus voorstelt, zal weinig succesvol zijn wanneer de rechterlijke macht vasthoudt aan de achterhaalde visie dat de klant slechts een beperkte rol heeft bij het in stand houden van mensenhandel. Wanneer die rol expliciet neergelegd wordt in de wet zal de rechter deze zaken minder snel kunnen afdoen met dergelijke minimale straffen.

Een versie van dit artikel verscheen ook in nrc.next van 27 augustus 2020

> Bekijk het gepubliceerde artikel op NRC.

> Wil je onze hele reactie lezen op het wetsvoorstel seksuele misdrijven, klik hier.

Volg ons op

Onderdeel van

Wij worden gesteund door

SteunOns