Blogs

Bekentenis van een gewelddadige loverboy

Geplaatst op 16-06-2013 door Redactie CKM (0 reacties)

Rechtbankverslag redactie CKM/CS

Koud en klam zweet op m’n rug, mijn kaken die klemmen bij de gedachte alleen aan de, dag in dag uit soms wel dertig of meer per dag, de mannen. In m’n herinnering, telkens weer de bezwete lijven, de verzuurde lucht van drank, de muffe lucht van ongewassen haren. Hun ogen wijd open, de gekken, hun wensen, de toeristen, de mannen in pakken, de stillen, de ergsten. (passage uit de slachtofferverklaring) 

14 juni eiste de Advocaat Generaal voor het gerechtshof Leeuwarden een gevangenisstraf van zes jaar en een schadevergoeding van ruim 1,2 miljoen euro tegen een 34 jarige telg uit een pooierfamilie. Althans eerder stonden twee familieleden terecht waarvan een werd veroordeeld en de ander werd vrijgesproken. Een familie waar het blijkbaar normaal is om vrouwen in de prostitutie te laten werken, aldus een van de neven in een eerdere zitting. Verdachte kwam in beroep tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank Leeuwarden waarbij hij veroordeeld werd tot zes jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf en het betalen van een schadevergoeding van €949.929,18 euro. De veroordeling in eerste aanleg betrof mensenhandel; uitbuiting in de prostitutie, witwassen uitkeringsfraude en valsheid in geschrift. Dat wordt hem ook nu ten laste gelegd. Totaal tien jaar zou hij zijn (ex)vriendin hebben uitgebuit in de prostitutie. Hij zou haar onder andere hebben misleid en met geweld in de prostitutie hebben gehouden. Van die tien jaar zijn er zeven ten laste gelegd. De eerste drie jaar zijn verjaard. Van dat gegeven lijkt de advocaat van verdachte gebruik te maken bij de verdediging. Niet het in de prostitutie brengen moet bewezen worden als wel het in de prostitutie houden. Verdachte is ook in beroep gegaan tegen de (hoogte) van de schadevergoeding. (Uitspraak in eerste aanleg LJN; BX 3800)

Niet vaak zijn er loverboys/mensenhandelaren die bekennen. Deze wel. Had deze Abdel.......Y in de zitting voor de rechtbank op elk cruciaal moment last van geheugenstoornis als gevolg van epileptische aanvallen, nu herinnert hij zich opmerkelijk veel. Op de eerste vragen van de voorzitter of hij het geld had witgewassen is zijn antwoord, ja. Dat antwoord verandert evenmin als, na tussenkomst van zijn advocaat, de vraag wat meer aan zijn begrip is aangepast. Ook het antwoord op de vraag of hij zichzelf als een loverboy ziet is bevestigend: “dat zou wel kunnen kloppen.” “Hij had deze vrouw op een handige en slimme manier in de prostitutie gebracht.” In de zaak in eerste aanleg ontkende hij nog in alle toonaarden ook maar iets met de prostitutiewerkzaamheden van doen te hebben gehad of daar een cent uit ontvangen te hebben. Ook stelt hij haar amper te kennen. Nu blijkt zij de liefde van zijn leven. Verdachte bekent zelf tijdens de zitting dat de schuld die hij aan zijn ‘grote liefde’ voordeed om haar in de prostitutie te krijgen een smoes was. Of het niet raar is dat als je van een persoon houdt deze in de prostitutie te laten werken. “Dat was puur zakelijk.” Het verdiende goed: “we leefden er allebei ruim van”.

Daarmee lijkt de verdediging duidelijk: Schuld bekennen voor het in de prostitutie brengen, daar ook nog spijt van betuigen om het er daarna op aan te sturen dat zij vrijwillig in de prostitutie is gebleven en dat zij samen het vele geld hebben opgebruikt. De bekentenis van verdachte ging evengoed verder dan alleen het in de prostitutie brengen. “Ik heb niets te verbergen dus lijkt het beter alles nu wel te vertellen.”[1]En dat doet hij vervolgens ook. Of dat zijn verdediging goed zal doen is de vraag.

Of hij haar wel eens mishandelde. “ja, hij had wel wat losse handjes.” Hij ontkent de meeste mishandelingen. Wel bekent hij haar geslagen te hebben met een stok. Wanneer zij even later haar slachtofferverklaring leest is deze confronterend consistent met deze bekentenis:

“Bang voor jouw woede die bij mij de nodige sporen heeft achtergelaten, ... jouw favoriet de dweilstok, het niet weten of ik de volgende dag zou halen, het onvoorspelbare. ... Het litteken boven m’n neus dat me elke dag weer herinnert aan jou, jouw hand voor me met die stok.”

Zijn verklaring ter terechtzitting was uniek. Die zijn er niet zo veel: bekennende loverboys. Meestal beroepen ze zich op hun zwijgrecht of zien een complot gericht op hun ondergang. Maar deze man bekent niet alleen haar op slinkse wijze in de prostitutie gebracht te hebben maar vindt zichzelf "wat een loverboy genoemd kan worden". Hij bekent ook de mishandelingen. Want hoe anders kan het slaan met een stok gekwalificeerd worden. Even later bevestigt hij ook de verdiensten van €2.000 en zelfs €3.000 euro per week, “Ze verdiende gewoon veel”. Dat wist hij omdat dat geld in een ‘gezamenlijke’ pot kwam. Geld dat zoals hij in het begin van de zitting beweert ook bij zijn moeder werd bewaard. Daar kocht ik auto’ s van en ging ik op vakantie, antwoordt hij de voorzitter zonder zelfs maar een poging te doen de wij-vorm te gebruiken.

Daarmee wordt zijn verdediging toch wat lastiger. Zelfs waar het gaat om de hoogte van de schadevergoeding, de hoogste ooit toegkend in een mensenhandelzaak: €949.929,18 euro. Want uitgaande van een zesdaagse werkweek met vierenveertig werkweken in een jaar betekent dat een bedrag (waarvan de kosten zoals kamerhuur etc al afgetrokken is) van bijna €600.000 euro. Nu kan het hof doen wat advocaat, Korver beleefd vraagt te doen en bij een bewezenverklaring eenvoudig het verdiende bedrag als materiele schadevergoeding toe wijzen. Het Hof kan ook verder matigen. Een derde mogelijkheid is de vrouw niet ontvankelijk verklaren in haar vordering omdat deze te gecompliceerd zou zijn voor behandeling in deze strafprocedure. Dat laatste zou betekenen dat zij bij een bewezenverklaring deze alsnog bij de civiele rechter kan inbrengen. Dat laatste betekent een zenuwslopende en langdurige schadestaatprocedure waarbij de hoogte van de geleden schade dient te worden vastgesteld. Nog afgezien van de uitkomst gun je dit niemand.

Het pleidooi van zijn advocaat maakt duidelijk welk doel de eerlijkheid van verdachte blijkbaar had. Verdachte heeft aangeefster door misleiding in de prostitutie gebracht maar daar is ze niet door verdachte in gehouden. Zij zou vrijwillig in de prostitutie zijn gebleven. Ze hadden een liefdesrelatie met huiselijk geweld, daarbij verwijzend naar de vrijspraak van een neef (LJN: BW6863).  Als verweer is dat slim, althans als verdachte misschien ook nu wat vaker geheugenverlies had geveinsd. Over die periode zijn er door zijn bekentenis over het geweld, de dweilstok, de ontkenningen in eerste aanleg, verklaringen van tenminste twee andere vrouwen die ook voor hem in de prostitutie werkten, de verklaringen van haar moeder en zus over de regelmatige blauwe plekken en de letselrapportage. Het verweer dat dat slechts als relationeel geweld van een jaloerse man te kwalificeren zou zijn, is moeilijk voorstelbaar.

Aan de verdachte het laatste woord:  “van de beginperiode heb ik heel veel spijt

Het Hof Leeuwarden doet 28 juni 13:30 uitspraak.

 

 

 

 

 

 


[1]In tegenstelling tot hetgeen hij (niet) beweerde in eerste aanleg.

Reacties

Plaats een reactie