Nieuws en artikelen

Schulden zijn blinde vlek

Geplaatst op 09-11-2018

Schulden: een blinde vlek in de zorg voor slachtoffers mensenhandel

Door: Shamir Ceuleers (senior beleidsmedewerker CKM)

We dreigen de strijd tegen mensenhandel te verliezen omdat we steeds minder zicht krijgen op de problematiek. Dat klinkt heftig en dat is het ook. De Nationaal Rapporteur kwam onlangs met de laatste cijfers waaruit bleek dat er wederom minder slachtoffers in beeld zijn gekomen, een trend die al enkele jaren speelt. Enkele jaren van fikse bezuinigingen hebben hun sporen achtergelaten.

Nog deze maand komt het kabinet eindelijk met haar plannen om mensenhandel te bestrijden. Het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) pleit daarbij niet alleen voor meer geld, maar ook voor een inhaalslag op expertise zodat we de blinde vlekken op het gebied van mensenhandel snel zichtbaar kunnen maken. Eén van de blinde vlekken zijn de gevolgen waar slachtoffers van mensenhandel vaak mee te maken hebben, maar waar nu – ten onrechte - amper aandacht voor is. Want waar de zorg zich richt op het behandelen van trauma’s, richt zij zich niet op de enorme schuldenlast waar slachtoffers als gevolg van diezelfde uitbuiting mee te maken hebben. Het één kan je echter niet behandelen zonder het ander daarbij te betrekken.

Dat dit probleem amper bekend is bleek onlangs ook tijdens een debat in de Tweede Kamer. Staatssecretaris Harbers had geen antwoord paraat toen de Kamer vragen stelde over de relatie tussen schulden en mensenhandel. Gelukkig verschijnt juist deze week een publicatie van Fier waar de staatssecretaris zijn voordeel mee kan doen. Hij kan aan de hand daarvan drie kwesties concreet oppakken.

Zorg

Neem bijvoorbeeld Melissa[1] die gedwongen werd om in de prostitutie te werken. Nu ontvangt ze specialistische zorg om haar trauma’s te verwerken. Maar in het reguliere zorgtraject is er geen budget, expertise en tijd voor het andere aspect van haar trauma: de duizenden euro’s schuld. Naast de seksuele uitbuiting, moest ze ook telefoonabonnementen afsluiten en stond een auto en een scooter op haar naam die werden gebruikt in het criminele circuit. De telefoonrekeningen en talloze verkeersboetes stapelden zich op. Deze schuldenlast frustreert niet alleen een succesvolle behandeling, maar vergroot ook de kans op hernieuwd slachtofferschap. Het slachtoffer voelt zich hierdoor behandeld als dader omdat zij verantwoordelijk wordt gesteld voor schulden die zij door de uitbuiting heeft opgedaan. Dit noemen we victim-blaming en maakt dat veel slachtoffers de weg naar de politie en de zorg niet weten te vinden. Dit perspectief zorgt er bovendien voor dat het slachtoffer met elke rekening telkens weer geconfronteerd wordt met het uitbuitingsverleden.

Harbers zou er verstandig aan doen om samen met zijn collega’s deze verkokering te doorbreken door schuldhulpverlening te integreren in het zorgverleningstraject. Dat kost op de korte termijn weliswaar meer geld, maar levert uiteindelijk een besparing op wanneer een slachtoffer in één keer goed geholpen wordt. Sommige zorginstellingen, waaronder Fier, hebben al op eigen initiatief een schuldencoördinator in dienst genomen, zonder dat hier specifiek budget voor is. Dit gaat ten koste van andere noodzakelijke zorg, is op de lange termijn financieel onhoudbaar en is niet in het belang van het slachtoffer.

Dwang

Bewijzen dat Melissa gedwongen werd is mogelijk, maar erg ingewikkeld en vormt daarmee de volgende uitdaging voor Harbers. Uit eerder onderzoek van het CKM bleek dat slachtoffers door angst en schaamte namelijk amper aangifte doen. Ondertussen werken we samen met de politie en het Openbaar Ministerie hard aan een pilot om die bereidheid te verhogen, maar het is van belang dat dwang ook zonder aangifte aangetoond kan worden zodat de schulden op de daders verhaald kunnen worden. De boodschap dat mensenhandel niet loont strookt momenteel namelijk onvoldoende met de werkelijkheid. Wanneer een slachtoffer onder dwang criminele handelingen verricht geldt dat zij hiervoor niet strafrechtelijk vervolgd kan worden door het non-punishment beginsel. Voor schulden ontbreekt echter een dergelijke variant.

Schuldenaanpak

De derde aanbeveling richt zich op de huidige schuldenaanpak. Gelukkig hoeft hierbij het wiel niet opnieuw uitgevonden te worden. Wel is het, zoals het Actieplan brede schuldenaanpak van het kabinet, onvoldoende toegesneden op slachtoffers van mensenhandel. Er zijn ook verschillende lokale initiatieven die interessant kunnen zijn zoals die in de gemeente Leiden. Daar loopt sinds 2016 een pilot waarbij schulden worden opgekocht en afspraken worden gemaakt met schuldeisers en schuldenaren. De tussentijdse evaluatie leverde positieve resultaten op. Harbers kan bovendien het voortouw nemen om het bedrijfsleven, waaronder telecomproviders, aan te spreken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Slot

Mensenhandel is een veelkoppig monster. Onze aanpak richt zich vaak op één aspect, waardoor we andere mislopen. Het betrekken van de schuldenproblematiek bij de aanpak van mensenhandel is slechts één van de blinde vlekken en biedt natuurlijk niet een allesomvattende oplossing voor het probleem dat voormalig slachtoffers wederom slachtoffer worden of het probleem dat ze überhaupt niet in beeld zijn. Het is een bescheiden, maar niettemin belangrijke stap in de goede richting.

Wegens privacyredenen is niet de echte naam van het slachtoffer gebruikt.

Dit opinieartikel is geschreven naar aanleiding van het boek Geld en Geweld (auteur Ferdi Bekken, verschenen bij SWP Book) en werd geplaatst in het Nederlands Dagblad (9 november 2018). 

Naar overzichtKijk ook op mensenhandelweb.nl