Blogs

Meer zicht op West-Afrikaanse slachtoffers van mensenhandel nodig

Geplaatst op 01-02-2017 door Externe auteurs (0 reacties)

Vanaf vandaag, 1 februari 2017, vraagt het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel een maand lang aandacht voor West-Afrikaanse slachtoffers van mensenhandel. Als Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen onderstreep ik het belang hiervan. In de tien jaar dat ik dit ambt bekleed, is dit één van de populaties waarover ik veelvuldig mijn zorgen heb geuit. Zorgen die zowel gericht zijn op de signalering en bescherming van slachtoffers als op de opsporing en vervolging van daders.

Mijn eerste zorg is dat we West-Afrikaanse slachtoffers in Nederland te weinig signaleren. In 2016 bereikte een recordaantal migranten het Italiaanse vasteland, het merendeel afkomstig uit West-Afrika. Op de vlucht voor geweld, armoede of gebrek aan perspectief in eigen land. Gedreven door de hoop op een beter bestaan in Europa. Via wankele bootjes en met geleend geld wisten zij het continent te bereiken, maar de belofte van Europa lijkt voor weinigen te worden ingelost. Op Sicilië concurreren Afrikaanse mannen en jongens om één van de schaarse baantjes in de olijvenindustrie. Hun loon? Een schamele twee euro per uur. Het maakt duidelijk dat de vraag naar goedkope arbeidskrachten niet genegeerd kan worden bij een effectieve aanpak van mensenhandel.

Nigeriaanse meisjes en vrouwen verdwijnen uit opvangcentra en worden in grote delen van Europa aangetroffen in de prostitutie. Italië, België, Frankrijk, Spanje. Waar in 2014 ‘slechts’ 1.450 Nigeriaanse vrouwen in Italië werden geregistreerd, is dit in 2016 gestegen naar meer dan 11.000. Volgens het IOM wordt bijna 80% van hen gedwongen te werk gesteld als prostituee. In Frankrijk is 70% van de gesignaleerde slachtoffers van mensenhandel van Nigeriaanse afkomst. Ook in het Verenigd Koninkrijk is deze groep in de laatste jaren met bijna 40% toegenomen. Kan het zo zijn dat ze Nederland niet bereiken? Dat het probleem stopt bij onze landsgrenzen? De cijfers lijken dat te suggereren. In 2011 werden in ons land nog 134 mogelijke slachtoffers van Nigeriaanse afkomst geregistreerd. In 2015 waren het er 45.

De dalende trend stelt mij niet gerust. Integendeel. Als het verleden namelijk iets heeft uitgewezen, is het dat fenomenen die zich in het buitenland voordoen veelal ook hun weg naar Nederland vinden. Maar niet alleen dat. Een decennium geleden kwam de zogenaamde Koolviszaak aan het licht. Meer dan honderd Nigeriaanse meisjes bereikten via Schiphol Nederland om vervolgens zowel in Nederland als in omringende landen in de prostitutie te worden uitgebuit. Alleen door toen de verhalen van deze slachtoffers te bundelen en het grote plaatje te zien slaagde politie en OM erin een criminele organisatie van mensenhandelaren voor de rechter te brengen. Dat we deze groep nu in Nederland niet zien, betekent wat mij betreft dan ook niet dat ze hier niet zijn.

Mijn tweede punt van zorg gaat over de opsporing van daders. Aangiften van West-Afrikaanse slachtoffers leiden thans vrijwel nooit tot een opsporingsonderzoek, laat staan een vervolging of veroordeling. Ze hebben te weinig informatie over wie de daders zijn, waar ze zijn uitgebuit. Ze kunnen zich geen straatnamen, nummerborden of telefoonnummers herinneren. Maar dit betekent niet dat zij geen slachtoffer zijn. Beeld je eens in dat je terecht komt in een vreemd land, waar je de taal niet spreekt, de politie niet vertrouwt en waar je in gevangenschap uitgebuit en vernederd wordt. Probeer je het trauma en de angst die daarmee gepaard gaat eens voor te stellen. In hoeverre kun je dan verwachten dat zij informatie geven die kan leiden tot een succesvol opsporingsonderzoek?

Bij het uitblijven van een veroordeling ontloopt niet alleen de dader zijn straf, maar heeft ook de aangeefster een grote kans dat ze wordt uitgezet. Daardoor lijkt de aangiftebereid van deze slachtoffers te dalen, waardoor het zicht op deze groep nog meer wordt vertroebeld. We moeten deze trend doorbreken. Dat kan door te leren van de landen waarin recentelijk Nigeriaanse mensenhandelnetwerken zijn opgerold, en hoe daar wordt ingespeeld op de culturele aspecten die in de aangiften naar voren komen. Door de aangiften als informatiebron te beschouwen om trends en verbanden over mogelijke mensenhandelsituaties bloot te leggen, ook wanneer deze geen opsporingsindicatoren bevatten. Door te komen tot een andere manier van het vaststellen van slachtofferschap, ook wanneer een dader niet veroordeeld kan worden.

In de kern gaat mensenhandel om het misbruik maken van de kwetsbaarheid van een ander ten faveure van persoonlijk gewin. Een effectieve aanpak van mensenhandel begint daarom met meer inzicht in en aandacht voor de kwetsbare groepen in onze samenleving, gepaard met voldoende capaciteit en expertise om ook in tijden als deze West-Afrikaanse slachtoffers te kunnen signaleren en beschermen. Ik hoop dat de maand van het West-Afrikaanse slachtoffer hieraan een waardevolle bijdrage zal leveren.

Corinne Dettmeijer
Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen                                                     

 

 

 

 

 

                                                                             

 

 

 

 

 

Naar overzichtKijk ook op mensenhandelweb.nl

Reacties

Plaats een reactie