Blogs

De sociale wereld van West-Afrikaanse slachtoffers van mensenhandel

Geplaatst op 16-02-2017 door Externe auteurs (0 reacties)

Het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel besteedt deze maand, februari 2017, aandacht aan West-Afrikaanse slachtoffers van mensenhandel. Terwijl de laatste grote Nederlandse strafzaak op Nigeriaanse mensenhandel tien jaar oud is, is het fenomeen niet verdwenen. Te midden van de vluchtelingenstroom bevinden zich grote aantallen Nigerianen die verdwijnen in de illegaliteit. Het merendeel van de vrouwen eindigt in de gedwongen prostitutie. Europese politie-eenheden stuiten op bewijs dat de West-Afrikaanse netwerken opereren door heel Europa en niet gehinderd zijn door landsgrenzen. De afgelopen drie jaar heb ik als promovenda onderzoek gedaan naar de sociale structuren achter Nigeriaanse mensenhandel voor seksuele exploitatie naar Europa.

Het beschermen van deze kwetsbare groep blijkt moeilijk. Aangiftes van West-Afrikaanse vrouwen bevatten doorgaans geen doorslaggevende informatie over de dader en deze worden dan ook al snel geseponeerd. Aan het begin van deze maand schreef de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen over een andere manier van vaststellen van slachtofferschap. Over een nieuwe benadering waarbij de aandacht niet alleen uitgaat naar feiten die mogelijk tot veroordeling van de dader kunnen leiden, maar naar het volledige verhaal. Om tot een nieuwe aanpak te komen is het belangrijk ons een voorstelling te maken van de levenservaringen, keuzes, en dilemma’s van deze vrouwen.

Mensenhandel vindt niet plaats in sociaal isolement waarin alleen de stereotype slechterik en het naïeve slachtoffer een rol spelen. De werkelijkheid is complexer, grijzer, komt minder goed uit. Daarmee is het fenomeen ook hardnekkiger. Slachtoffers delen hun sociale wereld met de uitbuiters. Vaak hebben de handelaren nauw contact met de familie van het slachtoffer. De familie is geld beloofd in ruil voor het werk van hun dochter in Europa. Zodra het slachtoffer niet meewerkt wordt de familie gevraagd om druk op haar te zetten of wordt de familie bedreigd. Nog complexer wordt het waar de handelaar zelf (verre) familie is. Ook andere sociale contacten, zoals vriendjes thuis, moedigen het slachtoffer aan om mee te werken. Zij hebben het beeld dat geld verdienen in Europa makkelijk is en er wel snel iets teruggestuurd zal worden. Intussen worden de vrouwen gedwongen om enorme fictieve schulden, rond de 60,000 euro, terug te betalen aan hun handelaren. Hierbij komt dat de vrouwen angst wordt aangejaagd door voodoo, of juju, rituelen. Zij zijn ervan overtuigd dat de handelaren spirituele macht over hen hebben en dat zij en hun familie gek of ziek zullen worden zodra ze stoppen met afbetalen.

Binnen de West-Afrikaanse groep zijn het veelal vrouwen, zogenaamde ‘madams’, die andere vrouwen uitbuiten. Overigens zijn mannen vaak nauw bij het proces betrokken en opereert de madam niet alleen. Naast angst voor hun madam, kunnen slachtoffers ook gevoelens van verbondenheid, vertrouwen, en bewondering voor haar hebben. Zij hebben wantrouwen in een vijandige buitenwereld gemeen. De madam stelt het slachtoffer in het vooruitzicht een verblijfsvergunning voor haar te regelen en om na jaren van afbetaling van haar schuld zelf geld te kunnen verdienen, al dan niet als madam. De handelaren genieten aanzien binnen de gemeenschap. Zij doneren geld aan de migrantenkerk en bekleden religieuze posities. De Nigeriaanse vrouwen die ik in mijn onderzoek ben tegengekomen gaven aan: ‘Waar zou ik naartoe moeten? Ik maak vreselijke dingen mee, maar binnen deze wereld kan ik in ieder geval overleven.’ Veel vrouwen zien zichzelf niet als slachtoffer, omdat zij hun hele leven al van Europa hebben gedroomd, en het idee hebben dat zij zelf voor deze situatie hebben gekozen. In hun leven hebben zij vaak al veel geweld meegemaakt.

Deze factoren zorgen ervoor dat veel West-Afrikaanse slachtoffers verborgen blijven. Inzicht in de gemeenschap en het perspectief van deze vrouwen is nodig om de dynamiek in beeld te kunnen brengen en de meest kwetsbare mensen te beschermen. Een succesvol voorbeeld is de West-Afrika eenheid van de Belgische nationale politie. Zij hebben kennis van wat er op straat gebeurt en kunnen slachtoffers identificeren en bewijs verzamelen, zodat niet alle last bij het slachtoffer zelf ligt. Ook is het belangrijk om bestaande kennis niet verloren te laten gaan. De grote Koolviszaak uit 2007 heeft processen blootgelegd die nog steeds van toepassing zijn. Initiatieven zoals de West-Afrika maand van het CKM zijn nodig om opnieuw aandacht te vragen en expertise te mobiliseren.

Charlotte Baarda
Promovenda
Universiteit van Oxford

Naar overzichtKijk ook op mensenhandelweb.nl

Reacties

Plaats een reactie